Voeding is meer dan eten. Voeding gaat over ontvangen, nabijheid en geborgenheid. Onze eerste ervaringen met voeding, via moeder, vader, verzorgen en het familiesysteem, vormen een imprint van hoe we later omgaan met honger, grenzen en overvloed. Het vormt lichamelijk, emotioneel en spiritueel de basis voor ons zelfgevoel, ons vermogen tot vertrouwen en ons ritme van geven en nemen.
In ons dragen we vaak niet alleen onze eigen onvervulde behoeften, maar ook die van eerdere generaties. Ieder mens heeft, systemisch en evolutionair, een eigen plek én een unieke manier van gevoed worden. Wanneer we dit erkennen, ontstaat er ruimte om onszelf in het heden werkelijk te voeden: lichamelijk, emotioneel en spiritueel.
In mijn eigen leven heb ik voeding op verschillende manieren onderzocht en ervaren. Lichamelijk, emotioneel en spiritueel. Voeding blijkt voor mij diep verbonden is met mijn vermogen om te ontvangen, te vertrouwen en mezelf op alle lagen van mijn mens zijn te omarmen.
In mijn praktijk zie ik o.a. het volgende terug:
Lichamelijk: Borst, fles, eerste hapjes: ons zenuwstelsel slaat de ervaring van genoeg, te weinig of te veel op. Dit beïnvloedt hoe we later met eten, grenzen en behoeften omgaan.
Innerlijk kind: Ons jonge deel draagt vaak nog onvervulde honger of juist afweer tegen voeding. Wanneer we dit kind in onszelf erkennen, ontstaat ruimte voor nieuwe keuzes.
Moeder- en vaderlijn: De manier waarop onze ouders konden of niet konden voeden, is verweven met hun eigen geschiedenis. Vaak dragen we niet alleen onze eigen honger, maar ook die van de generaties voor ons.
Systemisch perspectief: In een familie heeft ieder zijn eigen plek. Als we voeding nemen die eigenlijk niet voor ons bedoeld is, of weigeren wat er wel is, raken we uit balans.
Verschillen tussen mensen: Ieder zenuwstelsel, ieder lichaam en iedere ziel heeft een unieke behoefte aan voeding. Waar de één veiligheid voelt in overvloed, ervaart de ander verstikking. De waarheid maakt vrij: Het in jezelf erkennen van verschillen opent ruimte en respect voor jezelf en daarmee voor de ander.
Het vrouwelijke en mannelijke In deze tijdsgeest verschuift de balans tussen het vrouwelijke en het mannelijke in ons. Het vrouwelijke staat o.a. voor ontvangen, voeden en verbinden; het mannelijke voor richting, begrenzen en vormgeven. Wanneer één van beide uit evenwicht raakt, merken we dat in hoe we voeding ervaren: soms kunnen we moeilijk ontvangen, soms vinden we geen richting in wat we nemen. Door beide kwaliteiten in onszelf te erkennen en te balanceren, ontstaat een nieuwe voedingsbodem: in ons eigen leven én de wereld om ons heen.
Het doel van innerlijke werk is bewust zijn van deze lagen in ons zelf. We nemen verantwoordelijkheid. We kunnen i.p.v. overleven kiezen voor voeding die leeft, ons draagt, ons verbindt met onze oorsprong en ons helpt om hier en nu te zijn. De beweging van onze adem, de informatie in ons lijf en de subtiele signalen van ons onderbewustzijn helpen ons graag.
Hieronder vind je een voedende ervaring, doe je mee?
1. Gronding
Ga staan of zitten met beide voeten stevig op de grond. Adem diep in en uit, voel hoe je buik zich zachtjes beweegt. Neem waar hoe je lichaam zich vandaag voelt, zonder oordeel.
2. Verbinding met fysieke voeding
Leg een hand op je buik en een hand op je hart. Stel de vraag: “Wat heb ik vandaag écht nodig om gevoed te zijn?” Voel: is dat warmte, rust, een maaltijd, aanraking, stilte? Laat je lichaam antwoorden in sensaties, beelden of woorden. Voor sommige ‘bedradingen’ werkt het beter om jezelf ja/nee vragen te stellen.
3. Innerlijk kind
Visualiseer je jongere zelf, misschien als baby of kind aan tafel. Kijk wat er op het bord ligt, wat er aangeboden wordt. Vraag: “Wat heb jij gemist? Wat verlangde je?” Voel in je buik, hoe dit kind reageert – honger, weerstand, leegte of juist overvloed, neem ook waar wat er in je adem gebeurt.
4. Moeder- en vaderlijn
Stel je voor dat je achter je moeder staat. Voel haar manier van voeden: letterlijk (borst, fles, eten) en figuurlijk (liefde, aanwezigheid). Sta vervolgens achter je vader: hoe voedde of steunde hij jou? Welke leegte bleef daar? Laat je lichaam aangeven: waar stroomt voeding, waar stokt het, wat merk je in je adem?
5. Verschillen tussen mensen
Breng in je bewustzijn dat ieder mens een ander ritme en een andere behoefte heeft aan voeding – fysiek, emotioneel en spiritueel. In mijn praktijk gebruik ik vaak Human Design om hier taal en inzicht aan te geven. Adem in met de zin: “Mijn manier is uniek.” Adem uit met de zin: “Jouw manier is uniek.” Voel hoe dit ruimte kan scheppen in buik en hart.
6. Integratie
Zet een denkbeeldige schaal voor je neer, een tekening of notitie maken kan ook. Leg er symbolisch in wat jou werkelijk voedt: een kwaliteit, een herinnering, een beeld, een kleur. Adem dit in je lichaam. Herinner jezelf eraan dat je telkens opnieuw kan kiezen om jezelf te voeden. Om op onderzoek te gaan en hierin, in je lijf, adem en relaties nieuwe verbindingen te leggen.
7. Afronding
Beweeg zachtjes je schouders, benen en handen. Kom terug in de ruimte en open je ogen.
Fijn dat jij er bent!



