Vroegkinderlijk trauma kun je helen

In het liefdeswerk in mijn praktijk kijk ik altijd naar hoe het leven voor jou is begonnen. In het lichaam georiënteerd werken is steeds meer kennis over hoe onze eerste levensfase, de fase van conceptie, zwangerschap en geboorte, ons beïnvloed. In dit (lange!) artikel deel ik meer context over het helen van vroegkinderlijk trauma. Dit doe ik o.a. met woorden van Jan Bommerez en het Aumm Instituut, voor beide dankbaar in ontmoeting, eigen ontwikkeling en scholing.

Onderzoek of de woorden je ondersteunen om je eigen innerlijk liefdeswerk te omarmen en je door bewust te zijn (nog) meer thuis kan voelen in jezelf? Weet je welkom in mijn praktijk als je door de woorden wordt geraakt en je verder onderzoek wilt doen.

Met het denkende deel van je brein heb je geen actieve herinneringen aan je geboorte. In het deel van je brein waar emoties, gevoelens en lichaamssensaties ontstaan, zijn die herinneringen wel bewaard gebleven. Cellen in ons lichaam hebben een geheugen, een geheugen wat ver reikt, zoveel is inmiddels duidelijk.

Wanneer de verschillende fasen van je conceptie en geboorte goed verlopen en je ouders lekker in hun vel zitten, heb je een fijne start gehad. Dat zal je de rest van je leven een steun in de rug geven.

Wanneer het anders was, kan het zijn dat dit onbewust nog steeds van invloed is op hoe je nu in het leven staat. Dit kan voor het denkende deel van je brein zijn als ‘iets onbenulligs’, bijvoorbeeld wanneer de bevalling is opgewekt en je niet op je eigen tijd geboren kon worden, door medische ingrepen bij jou of je moeder of wanneer de bevalling heel snel of heel langzaam is gegaan. Misschien was je moeder heel angstig of alleen en heb je dat van haar gevoeld? Of waren er zorgen thuis en in je familie. Het letterlijke verhaal in je familie of van je moeder kan dus zijn: ging snel en soepel, jouw lijf en je ervaringen kunnen hierover een ander verhaal vertellen.

Ontwikkeling pasgeborene

Een pasgeborene heeft nog geen woorden en communiceert instinctief op primaire emoties als angst, woede, verdriet en plezier met gelaatsuitdrukkingen en stem. Omgekeerd ‘leest’ een baby gezichtsuitdrukkingen als antwoord op zijn eigen gevoelens.

Wanneer de primaire emoties van een baby niet worden beantwoord met liefde en begrip, vindt er een instinctieve reactie in het zenuwstelsel plaats. Emoties kunnen ingekapseld (bevroren) raken in een soort van  ‘schaamte’.  Kleine kinderen kunnen nog niet denken op basis van zintuiglijke informatie en verworven kennis over de wereld.

We ervaren als kleintje de wereld 100% via ons nog sensitieve en fragiele zenuwstelsel, omdat jij de ‘kleine’ bent en afhankelijk bent voor je overleven van de ‘groten’, is het zenuwstelsel-technisch onmogelijk om het vertrouwen in de groten te verliezen, in reactie daarop geef je jezelf een soort van op.

Neuroceptie

Dr. Stephen Porges (Polyvagale Theorie) noemt dat vermogen ‘neuroceptie’. Het is waarneming op instinctief niveau. Dat waarnemen is per definitie zwart-wit beoordelen: dingen en situaties zijn veilig óf niet veilig. Een ‘beetje onveilig’ bestaat niet voor zwart-wit mechanismen. Er bestaan hier geen 50 tinten grijs…

Kinderen kunnen niet denken: ‘mijn moeder heeft een moeilijke dag’ of ‘straks wordt het weer beter’… Ze kunnen niet ‘wachten op uitgesteld geluk’. Kinderen hebben nog geen tijdsconcept. Wat ze ‘nu’ voelen en ervaren is ‘voor altijd’. Nu is ‘eeuwig’. De pijn die ze in hun lijfje voelen heeft geen begin en geen einde. Alles is nu..

Als kinderen neurologisch de wereld te vaak ervaren als niet-veilig, klapt hun zenuwstelsel als het ware in.

Het is een ‘alles of niets verhaal’, een soort van letterlijke zenuwinstorting.

Ik ben hier weg…

Toxische schaamte 

De woordeloze gevoelsmatige ervaring in het prille ontwikkelde zenuwstelsel van ‘ik wil hier niet zijn’/ ‘ik mag hier niet zijn’/ ‘ik kan hier niet zijn’ is waar diepe toxische schaamte vandaan komt. Ze wordt neurologisch veroorzaakt.

Het herkennen van deze beweging is vaak een belangrijke eye-opener! Het schijnt licht  op een soort van existentiële terugtrekking uit de wereld die een heel leven kan onbewust kan meespelen. De wereld wordt hierdoor namelijk constant ervaren door een filter van ‘onveiligheid en je beoordeeld voelen’. Het is een woordeloos achtergrondgevoel dat er iets niet klopt….Vooral niet met jou. Het kan wellicht omschreven worden met woorden als ‘ik deug niet’ of ‘ik ben waardeloos’ of ‘ik verdien geen liefde’ of ‘mijn behoeften tellen niet mee, dus ik tel niet mee’.

Veel meer is het vaak een zintuigelijke en fysieke ervaring als onrust, opgejaagd zijn, leegte, spanning rondom navel (plexus solarus) onbestemdheid. Vaak gaan deze kinderen al op jonge leeftijd erg hun best doen, wordt de hele innerlijke dynamiek verstopt achter een masker van perfectionisme, hoge eisen en ‘keurig’ functioneren.

Omdat een baby nog geen bewuste identiteit heeft en niet kan denken is een baby ‘wat hij voelt’. Ik voel me niet goed dus ‘ik ben niet goed’. Het is een tijd waarin taal voor het kindje nog niet bestaat, dit gebeurt woordeloos. Deze instinctieve en diepgewortelde onbewuste schaamte kan levenslang zorgen voor ‘niet kunnen zijn wie je echt bent’ omdat ‘jezelf zijn’ te pijnlijk is. 

Verdrongen toxische schaamte zorgt ervoor dat we niet optimaal kunnen functioneren in relaties. We excuseren ons bijvoorbeeld veel te snel, nemen veel teveel ‘schuld’ op ons als dingen fout gaan, we willen het altijd goed doen, we gaan pleasen of onze mond houden in plaats van voor onszelf op te komen ect.

Anders dan bij gezonde schaamte, een sociale emotie die ons laat voelen iets wat ongepast is niet weer te doen, is het soort schaamte die onze emotionele kern bevriest, toxische schaamte. 

Jung (grondlegger van analytische psychologie) noemt toxische schaamte een ‘ziel vretende energie’. Mensen die – veelal dus onbewust-  diep in zichzelf toxische schaamte meedragen zijn het contact het hun natuurlijke, spontane zelf kwijt geraakt.

Ze identificeren zich met hun overlevingspatronen (defensiemechanismen) en raken gemakkelijk uit contact met hun lijf en het nu. Ze reageren reactief op omgevingsprikkels in plaats van bewust te kunnen kiezen.

Vroegkinderlijk trauma, pantsering en stijfheid

Mensen met vroegkinderlijk trauma hebben dus een vaak een woordeloze achtergrondgevoel van ‘ik weet niet of ik okay zal zijn in de toekomst’. Ze verwachten ‘op zenuwstelselniveau’ dat er iets fout kan gaan en ze wapenen zich daar onbewust tegen met ‘aanspanpatronen’ in hun bindweefsel. 

Wilhelm Reich (psychiater en psycho-analyticus en grondlegger van de karakterstructuren) noemde dat ‘pantsering’. Een typisch pantserpatroon van de eerste 6 maanden is om nek en schouders aan te spannen om de signalen uit het lichaam naar de hersenen tegen te houden. Het is zoals een schildpad die haar hoofd in de schulp trekt bij dreiging.

Lichaamsgerichte therapeuten kunnen vaak aan de spierspanning rondom je schouders, nek en in je lijf zien hoe je ontwikkeling in dit gebied is gegaan. Mensen met vroegkinderlijk trauma kunnen wegens deze ‘pantsering’ vaak niet goed voelen en ervaren wat er in hun lijf gebeurt. Ze hebben zich aangeleerd om vooral ‘in hun hoofd’ te leven.

Net als nek en schouder verkramping, is stijfheid langs de wervelkolom en stijfheid in andere gewrichten op latere leeftijd een typische observatie voor vroegkinderlijk trauma. Als gevolg van defensieve overlevingspatronen worden mensen met vroeg trauma met de jaren minder lichamelijk flexibel.

Chronische angst en bovenmatig sympathisch functioneren, verstoort de vertering en het kalkmanagement in de nieren, wat maakt dat je gemakkelijker ziek wordt, je vaker valt of iets breekt.

Psychologisch en emotioneel raak je gemakkelijker uit disbalans en kun je impact van gebeurtenissen naarmate je als kind ouder en volwassen wordt soms minder goed opvangen. Dat leidt bijvoorbeeld tot overreacties of tot dichtklappen.

Relaties

Mensen met sporen van toxische schaamte gaan vaak relaties aan met mensen die de overlevingsneiging hebben om anderen te gebruiken voor hun eigen behoeftigheid. ‘Anderen gebruiken’ is uiteraard geen liefde maar kan zich wel voordoen als ‘lief’.

Co-dependentie in relaties is in deze relatiedynamiek tussen iemand die sub-assertief is en iemand die grenzen niet of weinig respecteert of geen rekening houdt met de gevoelens en behoeften van de ander.

Dat kan iemand zijn met een narcistisch karakterpatroon of simpelweg egoïstisch denken en handelen om eigen overleving veilig te stellen. Beide is overlevingsgedrag.

Typische patronen van mensen die onveiligheid hebben gekend -dat hebben we in meer of mindere mate allemaal- in hun primaire relaties met opvoeders zijn:

  • Pleaser gedrag
  • Isolatieneiging
  • Zoeken naar opwinding om toch maar iets te kunnen voelen – dat kan seksueel zijn maar bijvoorbeeld ook risicogedrag zoals drugs of alcohol.
  • Constant achtergrondgevoel van angstigheid, opgejaagdheid zonder specifieke oorzaak
  • Angst voor autoriteitsfiguren en dominante mensen
  • Schuchterheid, niet opkomen voor zichzelf, gepest worden
  • De clown uithangen in gezelschap
  • Erg lijden onder kritiek en tegelijk veel te kritisch zijn voor zichzelf
  • Angst om anderen boos te maken
  • Uit contact zijn met eigen lichaam, gevoelens en behoeften
  • Overdreven verantwoordelijkheid nemen in relaties
  • Inzitten met wat anderen denken 
  • Het verschil niet zien in relaties tussen iets doen uit verstrikking of uit gezonde verbinding.
  • Hopen dat ‘lief zijn’ de ander anders zal doen reageren… Als ik maar lief genoeg ben, meer mijn best doe…

Emotionele beperkingen

Mensen met ontwikkelingstrauma hebben niet comfortabel geleerd om in het hele spectrum van emoties en gevoelens te navigeren. Ze functioneren binnen een nauwere gevoelsband. Gevoelens en emoties die ze ‘aankunnen’ binnen hun sensitieve en fragiele systeem. Soms kunnen ze wel eens uitbarsten in heftige woede maar het lijkt of mis je het vermogen om intens te voelen. Hetzelfde geldt voor de ervaring van plezier en liefde. Het is meer een kwestie van overleven, geen emotionele pijn voelen en heftige emoties in anderen vermijden. Het leidt tot een leven waarin genieten veraf kan lijken…De overlevingspatronen die nodig waren als klein kind worden dan een ‘vorm van uitzichtloos en onbestemd lijden’ later in het leven.

Is er iets aan te doen?

Gelukkig wel. Je ziel is je altijd een stap vooruit en brengt je in situaties waar dat wat ‘bevroren, gespannen en verstijft’ is geraakt weer in beweging wil worden gebracht. Zoals je ook in onze sessies ervaart,  is het ‘scheef groeien’ van het autonome zenuwstelsel en familiedynamiek iets wat getraind, gedeconditioneerd en gedeprogrammeerd kan worden.

Het leven nodigt je altijd weer uit om te onderzoeken waar je anders in het leven kan staan en liefdevoller kan zijn in je relaties en dat begint bij jezelf.

Bewustzijn is belangrijk! Én je hoofd heb je in dit innerlijke werk eigenlijk niet nodig: herstel en heling vindt plaats in je lijf, in je zenuwstelsel, in het parasympatische deel, het soepelere maken van je bindweefsel, spieren en botten. En in het herkennen en in beweging brengen van primaire emoties als plezier, boosheid, angst en verdriet i.p.v. de verkapte, bevroren fixaties en overlevingsstrategieën. Je kan adem (expansie) brengen in wat verkrampt (compressie). Stap voor stap, met compassie en liefde, want: wat je ervaart is niet gisteren en alleen in jou geboren.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven